Krsna’s wonderbaarlijke schoonheid

Krsna’s wonderbaarlijke schoonheid

Kṛṣṇa heeft vierenzestig kwaliteiten (guṇas). Wanneer je de heilige naam chant en jouw hart vrij is van onzuiverheden, zal je Kṛṣṇa’s vierenzestig kwaliteiten realiseren. Je zal de schoonheid van Zijn vorm (rūpa), heilige naam (nāma), kwaliteiten (guṇa), en spel-en-vermaak (līlā) realiseren. Allereerst zal rūpasvarūpa verschijnen (Zijn identiteit als de bezitter van transcendentale schoonheid), vervolgens guṇa-svarūpa (Zijn identiteit als de belichaming van transcendentale kwaliteiten), en langzamerhand zullen al Kṛṣṇa’s andere attributen aan jou onthuld worden. Iedereen is allereerst aangetrokken tot Zijn vorm, dus je zal eerst de schoonheid van Zijn vorm realiseren. In het Śrīmad-Bhāgavatam zegt Śrīla Śukadeva Gosvāmī:

 

kā stry aṅga te kala-padāyata-veṇu-gīta-

sammohitārya-caritān na calet tri-lokyām

trailokya-saubhagam idaṁ ca nirīkṣya rūpaṁ

yad go-dvija-druma-mṛgāḥ pulakāny abibhran

(Śrīmad-Bhāgavatam, 10.29.40)

 

“Geliefde Kṛṣṇa, wie van de vrouwen in alle drie werelden zou niet afdwalen van religieus gedrag wanneer ze betoverd raken door de zoete, aantrekkelijke melodie van Jouw fluit? Jouw schoonheid brengt voorspoed in alle drie werelden. Inderdaad, zelfs de koeien, vogels, bomen en herten manifesteren extatische symptomen van onder andere rechtopstaand haar wanneer zij Jouw beeldschone vorm aanschouwen.”

Niet alleen de gopīs worden aangetrokken door de schoonheid van Kṛṣṇa, ook go (koeien), dvija (vogels), druma (bomen), en mṛga (herten) raken aangetrokken. In Śrīmad-Bhāgavatam vertelt Śrīla Śukadeva Gosvāmīpāda:

 

gopyas tapaḥ kim acaran yad amuṣya rūpaṁ

lāvaṇya-sāram asamordhvam ananya-siddham

dṛgbhiḥ pibanty anusavābhinavaṁ durāpam

ekānta-dhāma yaśasaḥ śrīya aiśvarasya

(Śrīmad-Bhāgavatam, 10.44.15)

 

“Welke vorm van ascese moeten de gopīs hebben verricht! Met hun ogen drinken ze altijd de nectar van Heer Kṛṣṇa’s vorm, hetgeen de essentie is van alle aantrekkingskracht; noch te evenaren, noch te overtreffen. Deze aantrekkingskracht is de enige beschutting van schoonheid, roem en rijkdom. Het is perfect op zich, altijd nieuw en extreem zeldzaam.”

De gopīs genieten altijd van Kṛṣṇa’s schoonheid met hun ogen, omdat het natuurlijk is voor onze ogen om van schoonheid te willen genieten. Kṛṣṇa’s vorm is het ultieme genot voor onze ogen en automatisch zullen onze ogen richting Kṛṣṇa’s wonderschone vorm gaan.

 

barhāpīḍaṁ naṭa-vara-vapuḥ karṇayoḥ karṇikāraṁ

bibhrad vāsaḥ kanaka-kapiśaṁ vaijayantīṁ ca mālām

randhrān veṇor adhara-sudhayāpūrayan gopa-vṛndair

vṛndāraṇyaṁ sva-pada-ramaṇaṁ prāviśad gīta-kīrtiḥ

(Veṇu-gīta, text 5, Śrīmad-Bhāgavatam, 10.21.5)

 

“Zijn hoofd getooid met een pauwveer, met blauwe karṇikāra bloemen op Zijn oren, een geel gewaad zo schitterend als goud en de Vaijayantī bloemenmala om zijn nek, vertoont Heer Kṛṣṇa Zijn transcendentale vorm als de beste van de dansers, terwijl hij het woud van Vṛndāvana binnentreedt waarvan de schoonheid toeneemt door Zijn voetafdrukken. Hij vult de openingen     van Zijn fluit met de nectar van Zijn lippen, en de koeherdersjongens bezingen Zijn glories.”

Op deze manier wordt Kṛṣṇa’s prachtige vorm in het Śrīmad-Bhāgavatam verheerlijkt.
Barhāpīḍaṁ naṭa-vara-vapuḥ karṇayoḥ karṇikāraṁ – hoe wonderschoon is Zijn vorm.
Barhāpīḍaṁ – er rust een schitterende pauwveer op Zijn hoofd.
Naṭa-vara-vapuḥ – Hij vertoont fraaie dans-poses.
Vaijayantīṁ ca mālām – Hij draagt een mooie bloemenkrans, gemaakt van vijf soorten bloemen.
Karṇayoḥ karṇikāraṁ – prachtige karṇikāra bloemen rusten op Zijn oren.
Bibhrad vāsaḥ – Hij draagt wonderschone kleding.

Soms omarmt Kṛṣṇa Zijn vrienden Subala en Śrīdāma, en danst met hen.

Samenvattend legt Śrīla Bhaktivinoda Ṭhākura in Śrī Harināma Cintāmaṇi uit dat vanaf het moment dat men vrij is van anarthas (onzuiverheden), de bloemen van harināma (de heilige naam van Heer Kṛṣṇa) zullen bloeien in ons hart. En geleidelijk aan zullen we onze siddha-deha realiseren, onze oorspronkelijke transcendentale vorm.

Śrī Harināma Cintāmaṇi beschrijft: “Wanneer deze bloem tot volledige bloei komt, dan manifesteert het eeuwige vertrouwelijke spel-en-vermaak van Heer Kṛṣṇa, dat ook wel bekend is als de aṣṭa-kālīya-līlā, of achtvoudige liefdevolle spel-en-vermaak van Śrī Śrī Rādhā-Kṛṣṇa. Hoewel deze manifestatie transcendentaal is, manifesteert het zich ook in de materiële wereld.”

Bron: Jewels of the Heart, door Sripad BV Vana Maharaj